Loading...
ORTHODONTIE2018-11-13T12:04:24+00:00

Orthodontie

Wat is orthodontie?

mooi-lach

Het mooier maken van een lach is iets waar veel mensen direct aan denken als zij aan een beugelbehandeling denken. Maar dat is niet het enige waar een tandarts voor orthodontie zich mee bezighoudt. Minstens net zo belangrijk is het goed op elkaar laten passen van de boven- en onderkaak om zo slijtage aan tanden en kiezen of pijn bij dichtbijten te voorkomen. Het doel van een beugelbehandeling is naast het bereiken van een mooie lach ook het verkrijgen van een goed functionerend gebit. Bovendien is een gebit waarbij alle vlakken goed bereikbaar zijn met de tandenborstel veel beter schoon te houden waardoor gaatjes kunnen worden voorkomen.


Tandarts voor orthodontie

Hoe word je tandarts voor orthodontie?

Een tandarts voor orthodontie is iemand die zich, na het behalen van het tandartsdiploma aan de universiteit, met aanvullende opleiding heeft gedifferentieerd in beugelbehandelingen. In bijna alle gevallen kun je voor een reguliere beugelbehandeling uitstekend geholpen worden. Indien er sprake is van een congenitale afwijking (schisis), ziekten, trauma en andere verworven afwijkingen zal worden doorverwezen naar een orthodontist. Een orthodontist is als specialist beter bekwaam voor behandeling bij complexe orthodontie.


Bezoek de tandarts voor orthodontie

Wanneer moet je naar de tandarts voor orthodontie?

fijne-lachAls je de uitstraling van je lach wilt verbeteren of je tanden niet goed op elkaar passen, dan is eigenlijk elke leeftijd goed om naar een tandarts voor orthodontie te gaan, jong en oud. Tanden en kiezen kunnen op elke leeftijd verplaatst worden. Orthodontie is er voor jongeren maar zeker ook voor volwassenen. Zeker 25% van de patiënten die zich bij de tandarts voor orthodontie aanmelden zijn volwassenen. Hoewel op elke leeftijd met een beugelbehandeling begonnen kan worden, betekent dit niet dat het altijd verstandig is om een beugelbehandeling te starten. De tandarts voor orthodontie kan na een kort eerste onderzoek vaak al aangeven of een behandeling mogelijk en zinvol is. De belangrijkste factoren die hierbij een rol spelen zijn de wensen van de patiënt, de orthodontische afwijking, de kwaliteit van de tanden, de conditie van het tandvlees en het omgevende bot waarin de tanden vastzitten.

In veel gevallen zal je eigen tandarts tijdig zorgen voor een verwijzing , maar een verwijzing is niet noodzakelijk. Je kunt ook zonder verwijzing een afspraak maken bij de tandarts voor orthodontie, voor jezelf of voor je kind. De eerste afspraak is puur ter oriëntatie. Na kort klinisch onderzoek geven we advies. Dit is vrijblijvend zonder verplichting tot vervolg.  De meest voorkomende redenen om een afspraak te maken bij de tandarts voor orthodontie zijn:

  • Je hebt scheve tanden en je wilt graag weten of hier iets aan te doen is.
  • Je hebt een grote overbeet of je bijt met je ondertanden tegen het tandvlees achter je boventanden en dat doet pijn.
  • Je bijt met je boventanden helemaal over de ondertanden en daardoor schaaft het tandvlees van je ondertanden af.
  • Je hebt een tand onder het tandvlees die klem zit en niet kan doorbreken.

Andere situaties waarbij het ook verstandig kan zijn om een afspraak te maken bij de tandarts voor orthodontie zijn bijvoorbeeld:

  • Enkele tanden of kiezen ontbreken en je wilt weten of de ruimte tussen de tanden met een beugel gesloten kan worden.
  • De tandarts wil een brug maken of implantaten plaatsen om een ontbrekende tand te vervangen, maar enkele tanden staan hiervoor niet op de juiste plek.
  • Je tanden schuren met dichtbijten ongunstig over elkaar met langzame slijtage van deze tanden tot gevolg.
  • Je klemt of knarst met je tanden met extra slijtage en pijn aan tanden en kaken tot gevolg.
  • Je hebt last van snurken of slaapapneu (OSAS).

RISICO’S

Orthodontische behandeling: informatie over de risico’s

Het doel van de orthodontische behandeling is het verkrijgen van een goed functionerend en mooi gebit. Hiervoor is niet alleen de inspanning van de tandarts voor orthodontie en haar team van belang; de medewerking van jou als patiënt is bepalend voor het resultaat. Begin daarom alleen aan een beugel als je er voor 100% achter staat. Ook is het belangrijk dat je deze informatie zorgvuldig leest! Zo weet je wat je zelf kunt doen om een goed resultaat te bereiken.

Aan de hand van de verzamelde gegevens zoals dia’s, gebitsafdrukken en röntgenfoto’s stelt de tandarts voor orthodontie een behandelplan op dat we met je bespreken. Stel gerust vragen als zaken nog niet geheel duidelijk zijn. We zullen je ook tijdens de behandeling uitgebreid blijven voorlichten over de te nemen stappen en alle aspecten van de orthodontische behandeling.

Behandelingen duren gemiddeld twee tot drie jaar. De duur van een behandeling hangt af van de ernst van het probleem. Verder kan een behandeling uitlopen als bijvoorbeeld de groei anders verloopt dan verwacht, de wisseling trager verloopt of als de medewerking te wensen overlaat. Het is erg belangrijk dat je de instructies van nauwkeurig opvolgt. In de regel benadert de geschatte behandelingsduur de werkelijke duur redelijk goed.

Risico’s
Net als andere tandheelkundige en medische behandelingen brengt een orthodontische behandeling ongemakken, risico’s en beperkingen met zich mee. Deze zijn zelden ernstig genoeg om je van een behandeling te weerhouden, maar moeten wel bij je bekend zijn. Zo kun je al deze aspecten meewegen in je beslissing om al dan niet aan een orthodontische behandeling te beginnen.

  1. Cariës (gaatjes), gingivitis (tandvleesontsteking) en blijvende verkleuringen (ontkalkingen) op tanden en kiezen kunnen ontstaan als de patiënt veel suikerhoudende producten eet en/ of onvoldoende regelmatig en zorgvuldig tandenpoetst. Deze risico’s bestaan altijd, maar zijn groter tijdens een orthodontische behandeling. Daarom krijgt elke patiënt bij het begin van de behandeling uitgebreide mondhygiëne-instructie. Uw eigen tandarts dient tijdens de orthodontische behandeling de gezondheid van het gebit en tandvlees te blijven bewaken.
  2. De lengte van de wortels van enkele tanden of kiezen kan lichtelijk afnemen tijdens de behandeling (wortelresorptie). Het is niet precies bekend wat de oorzaak hiervan is en het is ook niet te voorspellen welke patiënten wortelresorptie krijgen. Gelukkig hebben tanden en kiezen met korte wortels meestal een normale levensduur tenzij botverlies ontstaat door parodontale problemen (tandvlees- en botproblemen). Soms gaat zo’n tand of kies loszitten of in het ergste geval verloren. Als wortelresorptie geconstateerd wordt tijdens de behandeling, kan je tandarts voor orthodontie besluiten om tijdelijk een rustpauze in de behandeling in te lassen of de behandeling voortijdig te beëindigen.
  3. Als er – met name bij volwassenen – voor aanvang van de behandeling sprake is van een tandvleesaandoening (gingivitis), aandoening van het kaakbot (parodontitis) of een voorstadium hiervan, kan de gezondheid van het tandvlees en kaakbot negatief beïnvloed worden tijdens de orthodontische behandeling. Dan kan het verstandig zijn om niet aan een behandeling te beginnen. Tandvleesproblemen die ontstaan tijdens de orthodontische behandeling, zijn meestal het gevolg van een matige mondhygiëne. Je tandarts voor orthodontie zal je hierop wijzen en eventueel voor behandeling ervan terugverwijzen naar je tandarts of doorverwijzen naar een parodontoloog. Als tandvleesproblemen niet onder controle te krijgen zijn, kan dit aanleiding zijn om de orthodontische behandeling te beëindigen.
  4.  Algemene gezondheidsproblemen zoals groeistoornissen, kanker, hartafwijkingen, botziekten, osteoporose en hormonale kunnen het verloop van de orthodontische behandeling beïnvloeden. Informeer uw tandarts voor orthodontie altijd over gezondheidsproblemen.
  5. Sommige geneesmiddelen en pijnstillers hebben invloed op de botombouw. Daardoor bewegen de tanden langzamer en duurt de orthodontische behandeling langer. Bisfosfonaten zijn geneesmiddelen die de afbraak van botweefsel remmen. Ze worden gebruikt bij botziekten, osteoporose en uitzaaiingen van kanker in de botten. Deze medicatie vertraagt de tandverplaatsing en kan aanleiding zijn tot ontsteking van het kaakbot. Het is van groot belang uw tandarts voor orthodontie altijd te informeren over de geneesmiddelen die u gebruikt en ook over eventuele veranderingen in uw gezondheid of uw medicatie.
  6. Allergische reacties op metalen (nikkel) of kunststof onderdelen van de beugel of latex van handschoenen treden soms op. Dit kan er toe leiden dat het behandelingsplan gewijzigd moet worden of dat de behandeling zelfs moet stoppen. In zeer zeldzame gevallen kan het noodzakelijk zijn dat medische behandeling van allergische reacties op tandheelkundige materialen noodzakelijk is.
  7. Voordat een orthodontische behandeling begint en gedurende de behandeling worden röntgenfoto’s van kaken, schedel en de tanden gemaakt. De stralingsdosis is zo gering dat hiervan geen nadelige gevolgen te verwachten zijn. Informeer je tandarts voor orthodontie als recent röntgenfoto’s zijn gemaakt of als je zwanger bent.
  8. In een enkel geval kunnen er tijdens de orthodontische behandeling kaakgewrichtsklachten ontstaan. Deze kunnen tal van oorzaken hebben en ook optreden zonder dat er orthodontisch behandeld wordt. Kaakgewrichtsklachten gaan meestal na enige tijd vanzelf weer over. Licht je tandarts voor orthodontie in wanneer je problemen hebt met het kaakgewricht zoals pijn bij openen en sluiten, oorpijn of hoofdpijn. Verwijzing naar een andere tandheelkundig specialist kan noodzakelijk zijn.
  9. Een tand of kies kan beschadigd zijn of kan een grote vulling hebben waardoor de zenuw beschadigd is. In enkele gevallen kan een orthodontische behandeling klachten hieraan opleveren en een onvoorziene behandeling door je tandarts noodzakelijk zijn.
  10.  Een tand of kies kan vergroeid zijn met het kaakbot (ankylose) of tijdens de behandeling hiermee vergroeid raken. Dan is het niet mogelijk om die tand of kies met een beugel te verplaatsen. Ook kan het gebeuren dat een tand of kies gewoon niet wil doorbreken. Voor deze onvoorziene zaken is meestal geen duidelijke reden aan te geven. Je tandarts voor orthodontie informeert je direct als zij dit vaststelt. Behandeling kan bestaan uit extractie van de tand, chirurgisch vrijleggen, chirurgische replantatie of prothetische vervanging.
  11.  Na het plaatsen of bijstellen van de orthodontische apparatuur zijn de tanden en kiezen meestal een paar dagen gevoelig. Vooral bij het kauwen. De één heeft hier wat meer last van dan de ander. Meestal gaan de tanden en kiezen ook wat los zitten, dit is normaal. De meeste van deze problemen gaan na een paar dagen vanzelf over. Je kunt voor een korte periode pijnstillers slikken die vrij verkrijgbaar zijn, maar neem geen ontstekingsremmers (NSAID’s), want die remmen de tandverplaatsing. Als de beugel net geplaatst is, heb je er misschien hinder van bij het praten. Ook kan het zijn dat de beugel ergens op het tandvlees, de mondbodem of de wangen drukt. Dit kan je tandarts voor orthodontie eenvoudig verhelpen.
  12. Orthodontische apparatuur is met grote precisie ontworpen om een specifiek probleem aan te pakken en moet met zorg worden behandeld. Alle voedsel en activiteiten, waardoor delen van de apparatuur zouden kunnen worden ontzet of losraken en dus eventueel kunnen worden ingeslikt of ingeademd, dienen te worden vermeden.
  13. Delen van orthodontische apparatuur kunnen in hoogst uitzonderlijke gevallen per ongeluk ingeslikt worden of in de luchtpijp terechtkomen. Ook kan de apparatuur de slijmvliezen irriteren. Bij breuk, het losraken van apparatuur of beschadiging van buitenaf kunnen de wangen, lippen, tong of gedeelten van het mondslijmvlies beschadigd raken.
  14. Door de buitenbeugel uit te doen zonder eerst het elastiek los te maken kan deze ‘terugschieten’ en het gezicht of de ogen verwonden. Dit kan ook gebeuren als bijvoorbeeld iemand anders aan de beugel trekt terwijl het elastiek nog vast zit. Wees dus voorzichtig met het in- en uitdoen en het dragen van de buitenbeugel! Draag de buitenbeugel niet bij sportactiviteiten en wilde spelletjes. Bij elk oogletsel door een buitenbeugel, hoe klein ook, dien je onmiddellijk medische hulp te zoeken.
  15. Bij breuk of losraken van apparatuur, of bij ongewone klachten dien je contact met de praktijk op te nemen voor overleg of om een afspraak voor herstel te maken.
  16. Soms gaat een orthodontische behandeling gepaard met tandheelkundige ingrepen zoals het trekken van tanden of kiezen, het plaatsen van botankers (minischroeven, metalen plaatjes met schroefjes, jukbeenankers) of parodontologische ingrepen. De risico’s van deze behandelingen dien je voor de ingreep te bespreken met je tandarts, kaakchirurg of parodontoloog.
  17. Een tand of kies kan ooit beschadigd zijn geweest, bijvoorbeeld door een val, of kan een grote vulling hebben, waardoor de tandzenuw beschadigd is. Dit kan aanleiding zijn tot verkleuring van de tand of kies of tot pijnklachten. Soms komt dit tijdens de orthodontische behandeling aan het licht. Er moet dan aan de bewuste tand of kies door de tandarts een wortelkanaalbehandeling worden uitgevoerd. In het ergste geval kan dit leiden tot verlies van de tand of kies.
  18. Als tijdens of na de behandeling afwijkende, onvoorziene kaakgroei optreedt die het behandelresultaat nadelig beïnvloedt, kan aanvullende behandeling of kaakchirurgische correctie mogelijk te overwegen zijn.
  19. De duur van een behandeling is erg moeilijk in te schatten. Onder andere slechte medewerking, breuk en/ of losraken van apparatuur, slechte mondhygiëne en het niet nakomen van afspraken kunnen de behandelingstijd verlengen en de eindresultaten negatief beïnvloeden. Ditzelfde geldt voor trage tandverplaatsingen of een moeilijk te corrigeren groeipatroon. Regelmatige controlevisites zijn niet alleen noodzakelijk voor de ongestoorde voortgang van de behandeling, maar ook om de gezondheid van het glazuur en tandvlees te beoordelen.
  20. In bepaalde situaties, zoals bij forse en onvoorziene kaakgroei, mondademhaling, verhoogde tongdruk of afwijkende mondgewoontes kan het behaalde behandelresultaat minder stabiel zijn. Overigens dien je te beseffen dat in alle gebitten – dus die niet orthodontisch behandeld zijn – met toenemen van de leeftijd de positie van tanden of kiezen verandert. Dit hoort bij het normale verouderingsproces.
  21. Slotjes die op de tanden geplakt zijn kunnen losgaan doordat erop gebeten wordt of door hard voedsel te eten. Wees daar dus voorzichtig mee. Doorzichtige of tandkleurige slotjes breken eerder dan metalen en hebben dan een scherp breukoppervlak dat kan irriteren. Ook kan de beugel het slijmvlies van de mond irriteren of beschadigen. Informeer je tandarts voor orthodontie als dit zich voordoet.
  22. Bij het gebruik van volledig transparante of tandkleurige brackets (slotjes) is er kans op breuk van de brackets tijdens de behandeling. Hierbij breuk kunnen splinters losraken en in een enkel geval ingeslikt of ingeademd worden. Ook kan beschadiging van het tandglazuur of van bestaande restauraties (kronen, veneers etc.) optreden bij het verwijderen van de slotjes. Bij het gebruik van transparante of tandkleurige brackets is er een grotere kans dat dit gebeurt dan bij gebruik van metalen slotjes. Als beschadiging van een tand of restauratie heeft plaatsgevonden, kan behandeling door je tandarts noodzakelijk zijn.
  23.  Hoewel zeer ongebruikelijk, kan het bij een behandeling waarbij met instrumenten en tandheelkundige materialen in de mond gewerkt wordt, gebeuren, dat patiënten zonder opzet van de tandarts voor orthodontie of diens medewerkers letsel oplopen aan tanden, slijmvliezen, tong en mondbodem, ogen of huid.
  24. Tanden en kiezen verschillen in grootte en vorm. Daarom kan een aanvullende tandheelkundige behandeling noodzakelijk zijn om het eindresultaat van een orthodontische behandeling verder te verfraaien. Hierbij valt te denken aan tandkleurige vullingen (composietrestauraties), kroon/brugwerk en behandeling van het tandvlees. Je tandarts kan je over deze behandelingen en de kosten daarvan informeren.
  25. Voor iedereen is een orthodontische behandeling een vrijwillige keuze, en mogelijke behandelingsalternatieven zullen door de tandarts voor orthodontie met je besproken worden . Een alternatief kan altijd zijn om geen behandeling te laten uitvoeren: je kunt ervoor kiezen je huidige gebitssituatie te accepteren zonder orthodontische correctie.
  26. Onvoldoende medewerking van de patiënt of het niet nakomen van financiële verplichtingen kan tot het opschorten of zelfs staken van de behandeling leiden. Als de behandeling om enige reden voortijdig wordt beëindigd, kan dit ernstige negatieve gevolgen voor het gebit van de patiënt hebben.
  27. Het voltooien van een orthodontische behandeling is geen garantie voor een leven lang perfect rechtstaande tanden. Na een orthodontische behandeling zullen tanden en kiezen weer wat verschuiven. Om dit te beperken, wordt aan het einde van de orthodontische behandeling retentieapparatuur ingezet in de vorm van een vastgeplakt draadje (spalk) of een uitneembaar (nacht)beugeltje. Omdat na afloop van de behandeling geen regelmatige controles meer plaatsvinden, ben jij als patiënt zelf verantwoordelijk voor het naleven van de voor de retentiefase gegeven mondelinge en schriftelijke instructies.

Medewerking
Gelukkig loopt een behandeling meestal als gepland. Je tandarts voor orthodontie en het praktijkteam doen er alles aan om voor jou het beste resultaat te bereiken. Toch kunnen we niet garanderen dat je 100% tevreden zult zijn met het resultaat. Ook is het niet mogelijk alle complicaties en consequenties vooraf geheel te overzien. De medewerking van patiënt (en ouders) is essentieel.

Voor het goede verloop van de behandeling is belangrijk dat je:

  • Een optimale mondhygiëne handhaaft. Dit betekent in ieder geval tweemaal per dag de tanden en kiezen goed poetsen. Voorkeur en ons advies is drie keer per dag.
  • Afspraken stipt nakomt. Voor schoolgaande patiënten zullen afspraken veelal onder schooltijd vallen. De school moet hiervoor wettelijk gezien toestemming verlenen. Vergeet niet deze toestemming tijdig aan te vragen.
  • De (buiten)beugel en onderdelen zoals elastieken volgens de instructie draagt.
  • Zoet voedsel (caramel, toffees en ander snoep en frisdranken) en hard voedsel dat de apparatuur kan beschadigen of de tanden kan aantasten vermijdt.
  • Zorgvuldig met de beugel omgaat, zodat deze niet kapotgaat;
  • Contact met ons opneemt als de beugel kapot gaat, ook als binnenkort al een afspraak gepland is.

Heb je na het lezen van de informatie op onze website nog vragen? Neem dan vooral contact op met de receptie van de praktijk.


Orthodontie in Nederland

Het genuanceerde verhaal over titelvoering en kwaliteit.
Onderstaande tekst is opgesteld door het bestuur van de OVAP op 3 juli 2017

Inleiding
Sinds 1953 is er in Nederland een universitaire opleiding tot orthodontist. Dit is een fulltime opleiding van 4 jaar tot specialist in de Dento – Maxillaire Orthopedie. Na deze opleiding kan men zich inschrijven in het BIG-specialistenregister. Orthodontisten voeren meestal uitsluitend nog orthodontische behandelingen uit.

Tandartsen krijgen in hun opleiding voldoende kennis om eenvoudige orthodontische behandelingen te kunnen doen. Er zijn ook tandartsen die na hun tandheelkunde opleiding hun kennis hebben vergroot door bij- en nascholing zodat zij ook uitgebreidere orthodontische behandelingen verantwoord te kunnen uitvoeren.

Ruim veertig procent van alle orthodontische behandelingen in Nederland wordt door tandartsen uitgevoerd. Sommigen doen zelf de eenvoudige orthodontische behandelingen bij hun patiënten en anderen werken op basis van horizontale verwijzing. Er zijn ook tandartsen voor orthodontie die net als de orthodontisten nog uitsluitend orthodontische behandelingen uitvoeren. Patiënten worden in de regel door de tandarts op basis van een diagnose verwezen naar een collega tandarts voor orthodontie of orthodontist. De eigen tandarts beoordeelt of hij de behandeling zelf doet of naar wie hij eventueel verwijst
Net als bij de huisarts bepaalt de eerstelijns behandelaar of hij een verwijzing naar de tweedelijns, een specialist, nodig vindt. Ter vergelijking: niet alle diabetespatiënten worden verwezen naar een internist en niet iedere extractie hoeft te worden gedaan door een kaakchirurg.

De OVAP is een wetenschappelijke vereniging voor tandartsen en telt ruim 300 leden met grote affiniteit met orthodontie. Zij organiseert o.a. congressen over orthodontie. Zie voor meer informatie www.ovap.nl.

Voor tandartsen die zich willen toeleggen op orthodontie zijn er zowel binnen als buiten de universiteiten zeer veel mogelijkheden. Tandartsen kunnen bijvoorbeeld een master-opleiding orthodontie in Duitsland of Oostenrijk volgen. Conform het verdrag van Bologna mogen ze dan de titel MSc Kieferorthopädie of MSc Orthodontics ook in Nederland gebruiken.

Orthodontie in de tandartspraktijk.
Emeritus hoogleraar orthodontie aan de ACTA prof. dr. B. Prahl-Andersen en prof. dr. H. van Beek, voorzitter van de N.V.O.S. hebben al gewezen op de veranderende situatie in Nederland. De orthodontische behandelingen kunnen door de nieuwe technieken steeds meer tot het dagelijkse werk van de algemeen practicus gaan behoren. De gedifferentieerde tandartsen voor bijvoorbeeld endodontologie, gnathologie en parodontologie zijn in hun ogen een voorbeeld van hoe het ook met de orthodontie zou moeten gaan. Vooralsnog leidt dat tot een soms ongemakkelijke relatie tussen de orthodontisten en tandartsen.

Orthodontisten verzetten zich regelmatig met hand en tand tegen opkomst van de tandartsen voor orthodontie. Als we kijken naar de ons omringende landen kunnen we constateren dat daar de tandarts voor orthodontie al veel verder is ingeburgerd. Ook het onderwijs in de orthodontie verschilt per land. Deze tendens zal zich waarschijnlijk de komende jaren ook in Nederland voortzetten.

Kwaliteit van de orthodontische behandelingen
Over dit onderwerp zijn door de SP in de Tweede-Kamer in 2010 vragen gesteld aan de minister voor volksgezondheid. Hij antwoordde dat er nooit een verschil in kwaliteit is aangetoond tussen de orthodontische behandelingen door tandartsen voor orthodontie enerzijds en orthodontisten anderzijds. Er wordt al jaren gedegen onderzoek uitgevoerd om uit te sluiten dat er verschil in kwaliteit is tussen de behandelingen door tandartsen voor orthodontie en orthodontisten. Tot op heden zijn er geen kwaliteitsverschillen geconstateerd, hetgeen de conclusie rechtvaardigt dat die verschillen er in de praktijk dus ook niet zijn. Opmerkelijk detail is dat de minister in zijn antwoord over de orthodontie door tandartsen al sprak van tandartsen die zich naast de algemene tandheelkunde gedifferentieerd hebben en binnen een specifiek gebied van de mondzorg deskundig zijn.

Orthodontisten moeten om in het specialistenregister ingeschreven te blijven voldoen aan bepaalde kwaliteitseisen. Dit zijn bijvoorbeeld meedoen aan onderlinge visitatie, werken met een kwaliteitsmanagement systeem (bijvoorbeeld ISO 9001 of HKZ) en zij dienen jaarlijks te voldoen aan een voorgeschreven hoeveelheid bij- en nascholing. Om de kwaliteit van hun behandelingen te monitoren moeten zij één keer in de vijf jaar vijftig patiënten invoeren in het zogenoemde EFOSA project. De orthodontisten weigeren tandartsen toegang tot het EFOSA-project waardoor een eerlijk vergelijk in kwaliteit onmogelijk wordt gemaakt.

In 2012 heeft de OVAP het Orthodontisch Kwaliteitsregister, het zogenoemde OK-register in het leven geroepen. Dit is een register waarin tandartsen kunnen worden ingeschreven die aan vergelijkbare kwaliteitseisen als die van de orthodontisten voldoen. Zie voor meer informatie www.okregister.nl.

Framing
Door framing van de orthodontisten waarbij gesteld zou worden dat de kwaliteit van een behandeling door een tandarts per definitie minder goed zou zijn dan van een orthodontist, wordt er regelmatig een verkeerd beeld opgeroepen bij de patiënten en collega-tandartsen. De vergelijking onlangs in het programma Nieuwsuur dat de tandarts een opticien en een orthodontist een oogarts is, geeft aan op welke wijze de orthodontisten proberen om de status van de tandarts voor orthodontie te ondermijnen. De pogingen van de orthodontisten om tandartsen te weren van “hun” domein duren in Nederland al enige decennia. Ook in Duitsland en de USA gebeurt dit.

Orthodontisten zijn gespecialiseerde tandartsen. Zij zijn onder andere opgeleid om ook de zeer ernstige afwijkingen zoals lip/kaak- en gehemeltespleten of andere ernstige aangeboren afwijkingen in het gebit te behandelen. Tandartsen voor orthodontie kunnen net als de orthodontisten alle andere orthodontische behandelingen deskundig en verantwoord uitvoeren, uiteraard mits zij zich hierin hebben bekwaamd en bevoegd zijn.

Verzekeringen
De tarieven voor de normale orthodontische behandelingen zijn voor tandartsen en orthodontisten exact gelijk. Ze worden meestal voor een groot deel vergoed door de aanvullende verzekering van de patiënt. Voor de ernstige aangeboren afwijkingen bestaat een hoger tarief, de zogenaamde B- en C codes. Deze kunnen worden aangevraagd bij de zorgverzekeraar en de behandeling wordt dan vergoed uit de basisverzekering.

Titelvoering
Begin 2017 zijn er tussen de KNMT, ANT, NVVO en OVAP afspraken gemaakt over de titelvoering. Aanleiding was een artikel in de Consumentengids waaruit bleek dat er regelmatig onduidelijkheid was of de patiënt met een tandarts of een orthodontist te maken had. Hierover zijn nu duidelijke afspraken gemaakt en de OVAP verwacht dat haar leden zich aan deze regels zullen houden. Maar voor alle duidelijkheid: deze regels zijn dus nadrukkelijk niet opgesteld vanwege twijfels aan de kwaliteit van de behandelaars, tandartsen of specialisten.

Praktijknaam
Aan de naam van de praktijk kan de patiënt niet zien of het een orthodontie praktijk is van een orthodontist of een tandarts. Orthocenter, Orthofleur, Ortholuna of Boxbeugel is gewoon de naam van de praktijk. In de orthodontie praktijken in Nederland werken vaak orthodontisten en tandartsen naast elkaar. De praktijkeigenaar kan een orthodontist of een tandarts zijn. Daarom is er afgesproken dat deze eigennamen van de praktijken niet hoeven te wijzigen als er binnen de muren en in de communicatie naar patiënten en verwijzers maar duidelijkheid is wat de status van de behandelaar is. Veel tandartsen voor orthodontie werken goed samen met orthodontisten in de praktijk of in de regio. Het gaat erom dat iedereen datgene doet waarin bekwaam en bevoegd in is. Iedere professional weet welke behandelingen hij wel of niet bij de patiënten verantwoord kan uitvoeren.Voor de patiënt is dit soms wat verwarrend maar het is de opdracht aan alle behandelaars om dit goed met de patiënten te communiceren. Het gaat de patiënt uiteindelijk om het behandelresultaat en het vertrouwen en gevoel dat de patiënt heeft gedurende het gehele traject.

Beroepsverenigingen
De organisaties die zich in Nederland bezighouden met orthodontie zijn de wetenschappelijke verenigingen voor orthodontisten (Nederlandse vereniging voor Orthodontisten, NVVO ) en tandartsen (Orthodontische Vereniging van Algemeen Practici OVAP) en de beroepsorganisaties KNMT (Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Tandheelkunde) en de ANT (Associatie Nederlandse Tandartsen).

De KNMT en ANT sturen naar overlegsituaties met overheden (NZa), zorgverzekeraars en consumentenverenigingen altijd een orthodontist op pad als het gaat om kwesties die te maken hebben met orthodontie. Hierdoor wordt de stem van de tandarts voor orthodontie vaak niet gehoord en worden de tandartsen door hun beroepsorganisaties niet vertegenwoordigd tijdens deze besprekingen. De OVAP is de enige organisatie die soms de stem van de tandarts voor orthodontie kan laten klinken, maar vaak staan ze dus al met 3-0 achter voordat de wedstrijd begint.

Inspectie Volksgezondheid
De Inspectie voor de Gezondheidszorg is o.a. belast met het toezicht op de uitvoering van de regels en afspraken in de orthodontie. De inspectie heeft als taak de nieuwe intercollegiale afspraken om onjuist titelgebruik in de orthodontie te voorkomen, te monitoren en te handhaven.

Conclusie
Wij kunnen in Nederland trots zijn op de orthodontisten en tandartsen omdat zij de patiënten uitermate goed behandelen. De tevredenheidonderzoeken laten dit ook steeds zien. Helaas komen er soms behandelingen voor die niet helemaal het gewenste resultaat hebben, maar dat gebeurt bij zowel orthodontisten als bij tandartsen. Dan is het zaak om in goed overleg met de patiënt tot een oplossing te komen waarin iedereen zich kan vinden. Dit is een zaak tussen de behandelaar en de patiënt, die zich kan wenden tot een klachtencommissie of de rechter als een behandeling helemaal is misgelopen. Gelukkig zijn dit uitzonderingen en daarbij blijkt dat het niet uitmaakt of de behandelaar een orthodontist of een tandarts is geweest.

Er is dus helemaal niets mis met het systeem in Nederland dat er orthodontisten en tandartsen voor orthodontie zijn. Mits zij zich houden aan de regels en beide groepen het belang van de patiënt vooropstellen bij de uitvoering van hun vak. Bovenal moeten ze respect hebben voor elkaar en elkaars deskundigheid.
De tekst is opgesteld door het bestuur van de OVAP op 3 juli 2017.

ovap-logo